Groen bekermos (Cladonia fimbriata)
Inhoud
Groen bekermos (Cladonia fimbriata)

Onlangs kwam ik op een rondje met de hond in het Edese bos een heel aardige compositie op een afgezagde boomstronk tegen. Het was een groepje groen bekermos. Ik had geen fototoestel bij mij en ging de volgende dag terug voor een fotoshoot. Dan zie maar eens, echte schoonheid zit in de kleine dingen.
Beschrijving
Groen bekermos groeit op voedselarme plaatsen. Dat kan gewoon op (zand)grond zijn, maar ook op dood hout, stenen en bomen. Uit de kleine ‘blaadjes’ steken groene bekertjes van 2-3 cm hoog. Blaadjes staat tussen aanhalingstekens omdat korstmossen (hierover later meer) geen blaadjes of stengels hebben. Wat je ziet zijn de schimmeldraden. Overigens in Engeland vinden ze de bekertjes meer op trompetjes lijken. Het heet daar dan ook Trumpet lichen.
Fimbriata in de wetenschappelijke naam komt van fimbriatus , dat gefranjerd, omzoomd betekent. Als je de bekertjes van dichtbij bekijkt, dan zie je dat ze niet mooi glad zijn maar vrij ruw, Fimbriata dus…..
In de volle zon willen de bekertjes wel eens wat verbleken.
Groen bekermos komt algemeen voor en is in heel Nederland te vinden, vooral in de duinen en op de zandgronden van de Veluwe en Drenthe. Het is bovendien een kosmopoliet en aanwezig op alle continenten .

Korstmos
In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, is groen bekermos geen mos, maar een korstmos. Korstmossen (lichenen) zijn fascinerende organismen die een unieke samenwerking tussen een schimmel en een alg vertegenwoordigen. We kennen korstmossen allemaal van de plakkaten op boomstammen, oude muren, en trottoirs, of van het rendiermos dat in Noord-Europa vaak voorkomt. Wat deze levensvormen zo bijzonder maakt, is dat ze symbiose vertonen: een nauwe samenwerking waarin beide partners voordeel halen. In dit geval groeit de schimmel over de alg heen en biedt deze bescherming tegen uitdroging en extreme temperaturen zoals vorst. De alg neemt de belangrijke taak van voeding op zich, want in tegenstelling tot de schimmel is de alg in staat tot fotosynthese. Dit proces stelt de alg in staat om met behulp van zonlicht koolstofdioxide om te zetten in suikers die als energiebron dienen. Bovendien houdt de schimmel water vast, wat essentieel is voor fotosynthese, vooral in droge of barre omstandigheden.

Rendiermos van de Hardangervidda in Noorwegen
Interessant is dat de alg zonder de schimmel kan overleven, maar de schimmel volledig afhankelijk is van de alg. Dit maakt hun samenwerking een voorbeeld van eenzijdige afhankelijkheid, wat in de natuur een opmerkelijke strategie is om in moeilijke leefomstandigheden te overleven. Korstmossen kunnen namelijk uitstekend tegen extreme weersomstandigheden, zoals kou, hitte en droogte, maar zijn zeer gevoelig voor luchtvervuiling. Schone lucht is onmisbaar voor fotosynthese, omdat vervuilende stoffen zoals zwaveldioxide of stikstofoxiden het delicate evenwicht van hun leefomgeving kunnen verstoren. Daarom worden korstmossen vaak beschouwd als natuurlijke indicatoren van luchtkwaliteit: als ze in een bepaald gebied schaars worden, is dat meestal een teken van ernstige luchtvervuiling.
De specifieke groene kleur van het groene bekermos is te danken aan de alg die deel uitmaakt van het partnerschap, genaamd Trebouxia. Deze alg bevindt zich net onder de schimmeldraden en speelt een cruciale rol in het ecosysteem van het korstmos. Trebouxia is niet exclusief verbonden aan groen bekermos; deze alg vormt ook samenwerkingen met andere schimmels in andere soorten korstmossen en kan zelfs solitair in de natuur voorkomen. Het laat zien hoe veelzijdig en aanpassingsvermogen deze microscopische organismen hebben, terwijl ze tegelijkertijd een vitale rol spelen in het overleven van de symbiotische korstmossen.
Voortplanting
De voortplanting van het groene bekermos is een bijzonder proces dat voornamelijk plaatsvindt via sporen, een methode die veel voorkomt bij korstmossen. Het bekertje, een kenmerkend onderdeel van het groene bekermos, speelt hierbij een cruciale rol. Deze kleine bekervormige structuren fungeren als een soort lanceerplatform voor de verspreiding van sporen. Wanneer er een regendruppel in zo’n bekertje valt, ontstaat er een stuwkracht die de sporen de omgeving in slingert. Dankzij deze natuurlijke ‘regendruppel-lancering’ worden de sporen naar andere plekken vervoerd waar ze zich onder de juiste omstandigheden kunnen vestigen en uitgroeien tot nieuwe korstmossen.
Daarnaast vormen zich aan de randen van de bekers vaak kleine vruchtlichamen, ook wel apothecia genoemd. Deze vruchtlichamen zijn enigszins vergelijkbaar met de hoedjes van paddenstoelen en bevatten sporen die bij rijping vrijkomen. Deze sporen hebben echter niet alleen een geschikte omgeving nodig om te kiemen, maar ook de aanwezigheid van de juiste alg om een nieuw korstmos te vormen. Zonder die alg kan de schimmel zich niet ontwikkelen en overleven, wat de voortplanting van korstmossen extra afhankelijk maakt van de aanwezigheid van de juiste symbiotische partner.
Een andere interessante eigenschap van korstmossen, waaronder het groene bekermos, is dat ze zich soms ook vegetatief kunnen voortplanten. Hierbij worden kleine stukjes van het korstmos zelf losgemaakt, bijvoorbeeld door wind of dieren, en verspreid. Als deze fragmenten in een geschikte omgeving terechtkomen, kunnen ze uitgroeien tot een nieuw individu. Dit maakt de voortplanting van groen bekermos flexibel en aangepast aan verschillende omgevingsomstandigheden, een belangrijke strategie om in barre omstandigheden te overleven.
Meer weten over korstmossen? Bestel dan de basisgids korstmossen. Meer informatie …….

Korstmossen op een lavarots op Tenerife. De oranje plukken is oranje baardmos (Usnea rubicunda)






