St Jansvlinder

Inhoud
De St Jansvlinder – een juweeltje
Maaien
De bezuinigingen bij de overheid hebben ook zo hun voordelen, zo vindt ook de St Jansvlinder (Zygaena trifolii). Bij ons achter het huis, op een talud naar een singel wordt nog maar een keer per jaar keer gemaaid. Dat levert een rommelige aanblik op met veel hoog opgaande begroeiing. Er zijn buurtgenoten die dat niet zo kunnen appreciëren. Vooral die er vanuit de woonkamer tegenaan moeten kijken. Sommige nemen zelf de maaier ter hand en houden het voor de deur kort. Een gesprek hierover aangaan is soms een gevaarlijke onderneming. Het lijkt wel of steeds meer mensen niets meer willen aannemen van andere mensen.
Grote voordeel is dat door minder intensief te maaien de planten veel meer mogelijkheden krijgen om te bloeien en rupsen betere kansen om zich vol te vreten en de verpoppen tot vlinders. Super voor de biodiversiteit.
Vlinders dicht bij huis
Het barst achter het huis van de zandoogjes (Oranje Zandoogje – Pyronia tithonus). Het werd tijd om een keer te proberen er eentje voor de lens te krijgen. Dat bleek niet echt makkelijk, ze zijn beweeglijk en zitten meestal met de vleugels dicht.
Nee, dan de St Jansvlinder, met zijn prachtige kleuren, blijft rustig poseren en trekt zich nergens wat van aan. Deze vlinder van een kleine 2 cm is eigenlijk een nachtvlinder, die overdag vliegt. Dat is verwarrend, maar dat komt omdat het verschil tussen een dag- en een nachtvlinder eigenlijk niet alleen de tijd van actief zijn is (overdag of ’s nachts) maar het verschil in sprieten – die bij nachtvlinders verdikt zijn – en de verschillende wijze van de vleugels opvouwen. Dagvlinders (met uitzondering de dikkopjes) vouwen hun vleugels recht boven hun lijf en nachtvlinders leggen ze horizontaal, dakpansgewijs over het achterlichaam.
Waardplanten van de St. Jansvlinder
Planten die vlinders (en ook andere organismen) nodig hebben voor de groei en voortplanting noemen we ‘waardplanten’. De waardplanten van de St Jansvlinder zijn voornamelijk soorten Rolklaver. De vliegperiode start begin juni en loopt tot eind augustus. De rupsen van eind augustus tot eind mei. Soms overwintert een rups tweemaal. Vindplaatsen zijn graslanden, wegbermen en vooral duingebieden. St Jansvlinders worden ook wel ‘bloeddropje’ genoemd. De diepgroene kleur wordt niet door pigment veroorzaakt, maar is afhankelijk van de belichting. Vergelijk het met een laagje olie op het water de hoek waaronder het licht valt (je kijkt) bepaalt de kleur.
De St Jansvlinder scheidt een gele vloeistof af als ze aangevallen worden. In deze stof zit het giftige blauwzuur. Dit gif wordt in de rups opgehoopt uit de voedselplanten. Als een vogel de vlinder heeft gepakt en geproefd, zal hij het niet nog een keer proberen. Blauwzuur is waterstof cyanide en dat gif eiste in WOII de levens van 1,2 miljoen mensen. De ‘B’ in Zyklon B stond voor blauwzuur. Hiermee zijn de felle kleuren van de vlinder verklaart en de reden waarom hij zich niet zo drukt maakt als iemand hem wil fotograferen.
St. Jacobsvlinder
Verwarren kan met de St Jacobsvlinder, die rode strepen heeft in plaats van stippen.
De rupsen van de St. Jacobsvlinder hebben als waardplant het zeer giftige Jacobskruiskruid. De gifstoffen die de rupsen in hun lichaam opslaan komt ze als vlinder goed van pas. Ze zijn namelijk oneetbaar geworden. De felle rode kleur op hun vleugels waarschuwt andere dieren die wel van een hapje vlinder houden dat deze vlinder geen goed idee is op op te eten.

Rups van de st. Jacobsvlinder op het giftige Jacobskruiskruid
Meer weten over vlinders?
De nieuwe veldgids dagvlinders van KNNV






